Solutions Elementary oefenen

2e editie · 1e klas Havo / Vwo · Engels

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Voorzetsels van plaats en tijd (at, on & in)

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Vul het juiste voorzetsel in in de zin. Kies uit at, in of on.

1. I just threw my laundry ..... the washing machine.
2. The bus is leaving ..... 10 minutes, children!
3. She will be waiting for you ..... the shopping mall.
4. Bill is looking forward to see you ..... Claudia's birthday!

 

Uitwerking

1. I just threw my laundry in the washing machine.
2. The bus is leaving in 10 minutes, children!
3. She will be waiting for you at the shopping mall.
4. Bill is looking forward to see you on Claudia's birthday!

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Een voorzetsel (preposition) zegt iets over de relatie tussen verschillende elementen in een zin. Zo heb je voorzetsels die iets zeggen over de locatie/plaats (in het huis, op het huis, onder het huis) en heb je voorzetsels die iets zeggen over de tijd (om half zeven, op donderdag, in 2012).

In het Engels noemen deze voorzetsels prepositions of place and prepositions of time.

In dit onderwerp beperken we ons tot de Engelse voorzetsels at, on & in en leggen we je uit wanneer je welk voorzetsel kunt gebruiken.

Methode

Het aangeven van een tijdstip of plaats kun je doen met een voorzetsel:

PLAATSEN
- I'm at the airport
- I'm on the airport
- I'm in the airport

TIJDEN
- We will arrive at noon.
- We will arrive on Sunday.
- We will arrive in August.

In beide gevallen betekenen alle drie de zinnen iets anders, omdat er een ander voorzetsel wordt gebruikt. Je kunt alle drie de voorzetsels at, on en in zoals je ziet gebruiken voor een plaats en voor een tijd.

 

REGELS MET BETREKKING TOT PLAATSEN

We gebruiken at als je het hebt over dat iemand of iets bij een bepaalde locatie is:
--> I'm waiting for you at the airport.

We gebruiken on als je het over de oppervlakte hebt / iets ergens bovenop is:
--> I'm sitting on the table.

We gebruiken in als je het hebt over dat iemand of iets in een bepaalde locatie is:
--> I'm sleeping in your bed.

 

REGELS MET BETREKKING TOT TIJDEN

We gebruiken at als je het hebt over specifieke tijdstippen:
--> We will arrive at noon / 3 o'clock / lunchtime.

We gebruiken on als je het hebt over dagen en data:
--> We will arrive on Sunday / your birthday / 10 april 1989.

We gebruiken in als je het hebt over langere periodes of als je het woord 'over' bedoeld:
--> We will arrive in August / spring / the evening / 10 minutes.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden