Welk aanwijzend voornaamwoord hoort in welke zin te staan?
a. Theo legde ..... (1) vraagstuk in een handomdraai aan Annemarieke uit.
b. De president was het ermee eens dat de uitvoering van ..... (2) campagne te wensen overliet.
c. Kan ..... (3) die daar informatie over heeft alsjeblieft zijn of haar mond opentrekken?
- dit
- degene
- deze
Uitwerkingen
a. Theo legde dit vraagstuk in een handomdraai aan Annemarieke uit.
b. De president was het ermee eens dat de uitvoering van deze campagne te wensen overliet.
c. Kan degene die daar informatie over heeft alsjeblieft zijn of haar mond opentrekken?