SL-Nederlands 2e klas Vmbo-b oefenen

2026 · 2e klas Vmbo-b · Nederlands

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Basis - aanwijzend voornaamwoord

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Welk aanwijzend voornaamwoord hoort in welke zin te staan?

a. Het lijkt me leuk om te proberen om bij ..... (1) verlaten strand te komen.
b. Mijn moeder wilt graag ..... (2) kippen in haar tuin hebben.
c. Kan je mij ..... (3) etui aangooien?

- die
- dat
- zulke

 

Uitwerkingen

a. Het lijkt me leuk om te proberen om bij dat verlaten strand te komen.
b. Mijn moeder wilt graag zulke kippen in haar tuin hebben.
c. Kan je mij die etui aangooien?

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Wat is een aanwijzend voornaamwoord en hoe spel je aanwijzende voornaamwoorden?

Methode

Een aanwijzend voornaamwoord is een woord dat nadrukkelijk ergens naar verwijst. Denk bijvoorbeeld aan woorden als dat, die, zulke, zo'n (dat meisje, die voetbal, zulke goede cijfers, zo'n glimlach). Deze woorden verwijzen nadrukkelijk naar het woord dat erachter staat. Een aanwijzend voornaamwoord kan zowel zelfstandig, als niet-zelfstandig gebruikt worden.

 

Welk aanwijzend voornaamwoord je gebruikt en hoe je deze spelt hangt af van het getal (enkelvoud of meervoud), het type woord (de-woord of het-woord), de vorm (zelfstandig of niet-zelfstandig) en van het woord waar het bij hoort. Hieronder zie je een overzicht van de aanwijzend voornaamwoorden in de verschillende situaties:

 

                                                      Niet-zelfstandig                 Zelfstandig

Enkelvoud (bij het-woorden)   dit, dat, ginds, zulk, zo'n     dit, dat, datgene, hetgene, zulk, zo'n

Enkelvoud (bij de-woorden)    deze, die, zulke, zo'n           deze, die, degene, diegene

Meervoud                                    deze, die, zulke                     deze, die, degene(n), diegene(n), zulke(n)

 

Enkele voorbeelden van niet-zelfstandig gebruikte aanwijzend voornaamwoorden:

Zulke schoenen zou ik ook wel willen hebben. (niet-zelfstandig gebruikt, schoenen staat erbij)
Ik wil graag zo'n hockeystick hebben.
Kunt u mij twee stukken van die kaas geven?
Ik maak mijn huiswerk aan dit bureau.

Enkele voorbeelden van zelfstandig gebruikte aanwijzend voornaamwoorden:

Ken jij Gerben? Ja, die ken ik zeker. (zelfstandig gebruikt, Gerben wordt niet herhaald)
Laten we dat direct doen.
Diegene met de grootste mond, heeft niet altijd het meeste zelfvertrouwen.

 

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden