SL-Taal Groep 7 oefenen

2026 · Groep 7 Basisschool · Taal

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Gevorderd - persoonlijk voornaamwoord

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Welk persoonlijk voornaamwoord hoort in welke zin te staan?

a. Pascalle heeft ..... (1) een nieuw tennisracket gegeven voor zijn verjaardag.
b. Manon heeft langer in de zon gelegen dan ..... (2).
c. Ik wil ..... (3) niet in mijn buurt hebben als je zo naar die vieze sloot ruikt.

- jij
- hem
- jou

 

Uitwerkingen

a. Pascalle heeft hem een nieuw tennisracket gegeven voor zijn verjaardag.
b. Manon heeft langer in de zon gelegen dan jij.
c. Ik wil jou niet in mijn buurt hebben als je zo naar die vieze sloot ruikt.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Hoe spel je een persoonlijk voornaamwoord als de zin moeilijk is en er meerdere persoonlijk voornaamwoorden in staan?

Methode

Indien de zinnen langer worden en er meerdere persoonlijk voornaamwoorden in de zin staan, kan je nog steeds gewoon het overzicht toepassen van de verschillende vormen in de verschillende situaties.

 

Persoon                        Onderwerpsvorm            Niet-onderwerpsvorm

1e enkelvoud                ik                                         mij (me)

2e enkelvoud                jij (je)                                   jou (je)

3e enkelvoud                hij, zij, het ,u                      hem, haar, u

1e meervoud                wij (we)                                ons

2e meervoud                jullie, u                                 jullie, u

3e meervoud                zij (ze)                                  hen, hun (ze)

Bekijk goed of het persoonlijk voornaamwoord een onderwerpsvorm moet zijn of dat dat niet zo is. 

 

Dan en als

Vaak worden er fouten gemaakt in de spelling van het persoonlijk voornaamwoord als er dan of als voor staat (bijv: 'Hij is groter dan jij' of 'hij is groter dan jou'? 'Hij is even groot als jij' of 'hij is even groot als jou'?).

Een handige truc om achter de juiste spelling te komen, is door ná het deel waar als/dan + het persoonlijk voornaamwoord staat, het werkwoord te plaatsen wat je er logisch bij zou kunnen zetten (=het werkwoord dat al in de zin staat).

Hij is groter dan jij (bent). --> dat klinkt logisch.

Hij is groter dan jou (bent). --> dat klinkt niet logisch.

Ik tennis even goed als zij. (... als dat zij tennist) --> klinkt logisch.

Ik tennis even goed als haar. (... als dat haar tennist) --> klinkt niet logisch.

 

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden