SL-Taal Groep 7 oefenen

2026 · Groep 7 Basisschool · Taal

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Naamwoordelijk gezegde

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Is er een naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Zo ja, wat is het naamwoordelijk gezegde?

Onze opa is na 75 jaar opa geworden

Uitwerking: 

1 - ontleed de zin

a. onderwerp: onze opa
b. persoonsvorm: is
c. andere werkwoorden: geworden

2 - is er een naamwoordelijk gezegde? 

a. koppelwerkwoord? ja -> is (van het werkwoord zijn)
b. naamwoord dat iets zegt over het onderwerp? ja -> Wat is onze opa geworden? opa

3 - wat is het naamwoordelijk gezegde? 

is opa geworden 

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Hoe vind je het naamwoordelijk gezegde in een zin?

Methode

In onze taal maken we onderscheid tussen twee verschillende gezegdes:

- het werkwoordelijk gezegde
- het naamwoordelijk gezegde

 

Naamwoordelijk gezegde

Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit één of meerdere werkwoorden en één of meerdere (zelfstandige, bijvoeglijke, etc.) naamwoorden. Dit gezegde geeft altijd informatie over een eigenschap van het onderwerp (dat iets of iemand iets is of doet). Het hoofdwerkwoord in een naamwoordelijk gezegde noemen we het koppelwerkwoord: het koppelt een bepaalde eigenschap aan het onderwerp. De meest gebruikte koppelwerkwoorden zijn; zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen. 

Als je het naamwoordelijk gezegde van een zin moet bepalen:

1 - ontleed de zin

a. wat is de persoonsvorm?
b. wat is het onderwerp?
c. wat zijn de andere werkwoorden? 

2 - is er een naamwoordelijk gezegde?

a. is één van de werkwoorden een koppelwerkwoord? 
b. is er een naamwoord dat iets zegt over het onderwerp? Om hierachter te komen stel je jezelf de volgende vraag: Wat + [persoonsvorm] + [onderwerp] + [andere werkwoorden]?

Indien je op beide vragen 'ja' kan antwoorden is er een naamwoordelijk gezegde.

Let op: als je één van de twee vragen met een 'nee' beantwoord, dan is het een werkwoordelijk gezegde. 

3- wat is het naamwoordelijk gezegde? 

Het naamwoordelijk gezegde is [persoonsvorm] + [het naamwoord uit 2b] + [andere werkwoorden]. 

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden