SL-Taal Groep 5 oefenen

2026 · Groep 5 Basisschool · Taal

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je PV, OW en LV - herkennen

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Wat is de persoonsvorm, het onderwerp en het lijdend voorwerp?

a. Ik vier zondag mijn verjaardag.  
b. Mijn familie heeft een groot cadeau voor mij.  
c. 's Avonds hebben mijn vriendinnetjes een verrassing voor mij. 

 

Uitwerking: 

a.
- Vier ik zondag mijn verjaardag? (vraagproef)
--> vier = de persoonsvorm

- Wie viert? (wie of wat + gezegde)
--> ik = het onderwerp

- Wat vier ik? (wie of wat + gezegde + onderwerp)
--> mijn verjaardag = het lijdend voorwerp

b.
- Heeft mijn familie een groot cadeau voor mij? (vraagproef)
--> heeft = de persoonsvorm

- Wie heeft? (wie of wat + gezegde)
--> Mijn familie = het onderwerp

- Wat heeft mijn familie? (wie of wat + gezegde + onderwerp)
--> een groot cadeau = het lijdend voorwerp

c.
- Hebben mijn vriendinnetjes 's avonds een verrassing voor mij? (vraagproef)
--> hebben = de persoonsvorm

- Wie hebben? (wie of wat + gezegde)
--> Mijn vriendinnetjes = het onderwerp

- Wat hebben mijn vriendinnetjes? (wie of wat + gezegde + onderwerp)
--> een verrassing = het lijdend voorwerp

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Hoe herken je de persoonsvorm, het onderwerp en het lijdend voorwerp in een zin?

Methode

Volgorde

1 - Vind de persoonsvorm (en het gezegde)
2 - Vind het onderwerp
3 - Vind het lijdend voorwerp

 

Bekijk bijvoorbeeld de volgende zin:

Zij heeft een grote hond gekregen.

1 - Heeft zij een grote hond gekregen? (vraagproef)
--> heeft = de persoonsvorm
--> heeft gekregen = het gezegde

2 - Wie heeft gekregen? (wie of wat + gezegde)
--> Zij = het onderwerp

 

Lijdend voorwerp

Het lijdend voorwerp in een zin geeft aan waar de in de zin beschreven handeling betrekking op heeft, dus wat het 'lijdende' voorwerp is. Stel jezelf de volgende vraag:

wie of wat + gezegde + onderwerp?

3 - Wat heeft zij gekregen?
--> een grote hond = het lijdend voorwerp

 

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden