SL-Taal Groep 5 oefenen

2026 · Groep 5 Basisschool · Taal

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Woorden met g(t) of ch(t)

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Theorie

Uitdaging

Wanneer schrijf je een woord met een g en wanneer met ch? En wanneer schrijf je een woord met -gt en wanneer met -cht?

Hoe je dit aanpakt behandelen we in deze uitleg.

Methode

Wanneer schrijf je ch en wanneer g?

Sommige woorden schrijf je met ch, andere woorden met g. Je moet dit simpelweg leren door te lezen en te oefenen met spellen. Er zijn meer woorden met een g, dus onthoud vooral de woorden met ch.

Eén handige tip: hoor je een s voor de g-klank, dan schrijf je altijd sch.

 

Wanneer schrijf je -cht?

Er zijn vijf korte klinkers: a e i o u
Deze klinkers klinken kort in:

pak   wacht
leg    knecht
zit     dicht
rok    zocht
bus   vrucht

Als je in een woord een gt-klank hoort na een korte klinker, dan schrijf je bijna altijd cht.

 

Wanneer schrijf je -gt?

1) Er zijn vier lange klinkers: aa ee oo uu
Deze klinkers klinken lang in:

raak    vraagt
leeg     veegt
rook    droogt
zuur    spuugt

Als je in een woord een gt-klank hoort na een lange klinker, dan schrijf je bijna altijd gt.

2) Er zijn verschillende tweeklanken: ei ij ui ie eu oe ou au
Deze klinken lang in:

plein   dreigt
rijk     krijgt
ruik    buigt
ziek    vliegt
reuk   deugt
boek   ploegt

Als je in een woord een gt-klank hoort na een tweeklank, dan schrijf je bijna altijd gt.

Dus: als je geen korte klank hoort voor een gt-klank, dan schrijf je bijna altijd gt.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden