Getal & Ruimte 11, VWO A/C oefenen

A - 11e editie 2014 · 4e klas Vwo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Een introductie van machten in formules

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Linda berekent de waardes van s met de volgende formule; s = 5t4 

a. Ze vult in t = 2, wat is dan de waarde voor s?
b. Linda zegt dat als ze voor t een negatief getal invult, de uitkomst van s ook negatief is. Heeft ze gelijk? Leg uit.

Uitwerking

a. s = 5 · 24 = 5 · 16 = 80

b. Je kunt zien dat de exponent een even getal is, namelijk 4. De uitkomst zal dus altijd positief zijn. Linda heeft geen gelijk.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Formules kunnen verschillende vormen hebben. Neem bijvoorbeeld y = ax + b. Soms komen er in dit soort formules machten voor. Dat ziet er als volgt uit: y = axn + b

Hoe je kunt rekenen met een kleine formule waarin een macht voorkomt leggen we je uit in deze theorie.

Methode

Bij xn is n de exponent en x het grondtal. Zowel voor het grondtal als de exponent kun je alle getallen invullen. Aan het exponent kun je zien of de uitkomst van deze macht altijd positief zal zijn of zowel positief als negatief kan zijn.

Als de exponent een even getal is, dan zal de uitkomst van de macht altijd positief zijn (groter of gelijk aan 0). Het maakt hier niet uit of het grondtal positief of negatief is.

  • Neem bijvoorbeeld 24 = 2 · 2 · 2 · 2 = 16 en dus positief.
  • Maar ook (-2)4 = -2 · -2 · -2 · -2 = 16. Dit komt omdat ''min · min = plus''. 
  • Let wel op! -24 = -16, en is dus wel een negatief getal. Dit komt omdat het minteken in dit geval niet bij het grondtal en dus niet bij de macht hoort.

Als de exponent een oneven getal is, kan de uitkomst zowel positief als negatief zijn. Dit hangt nu helemaal af van het grondtal. Is het grondtal positief, dan is de uitkomst van de macht ook positief. Is het grondtal negatief, dan is de uitkomst van de macht ook negatief. (Is het grondtal 0, dan is de uitkomst van de macht ook 0.)

  • Neem bijvoorbeeld 23 = 2 · 2 · 2 = 8 en dus positief.
  • Maar (-2)3 = -2 · -2 · -2 = -8. Dit komt doordat ''min · min · min = min''.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden