Herleid
a. $${3\sqrt{2}} · {5\sqrt{4}}$$
b. $${5\sqrt{8}} · {\sqrt{2}}$$
Uitwerking
a. $${3\sqrt{2}} · {5\sqrt{4}} = {3\sqrt{2}} · 5 · 2 = {30\sqrt{2}}$$
b. $${5\sqrt{8}} · {\sqrt{2}} = {5\sqrt{16}} = 5 · 4 = 20$$
A - 11e editie 2014 · 4e klas Vwo · Wiskunde
Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.
Bekijk de onderwerpen bij dit boekEen kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.
Herleid
a. $${3\sqrt{2}} · {5\sqrt{4}}$$
b. $${5\sqrt{8}} · {\sqrt{2}}$$
Uitwerking
a. $${3\sqrt{2}} · {5\sqrt{4}} = {3\sqrt{2}} · 5 · 2 = {30\sqrt{2}}$$
b. $${5\sqrt{8}} · {\sqrt{2}} = {5\sqrt{16}} = 5 · 4 = 20$$
Naast het optellen en aftrekken van wortels kun je ook te maken hebben met een som, waarbij je moet vermenigvuldigen. Hierbij hoeven, in tegenstelling tot het optellen en aftrekken, de wortels niet gelijksoortig te zijn.
Hoe je wortels met elkaar kunt vermenigvuldigen leggen we je uit in deze theorie.
Voor het vermenigvuldigen van wortels geldt de rekenregel $${\sqrt{a}} · {\sqrt{b}} = {\sqrt{ab}}$$. Hieruit volgt dat $${\sqrt{2}} · {\sqrt{5}} = {\sqrt{10}}$$ en $${5\sqrt{3}} · {2\sqrt{7}} = {10\sqrt{21}}$$.
Let op! Nadat je wortels hebt opgeteld of vermenigvuldigd is het belangrijk dat je niet de laatste stap vergeet! Soms kun je namelijk je antwoord nog verder vereenvoudigen of zelfs helemaal uitrekenen. Dit is echter niet altijd het geval.
$${\sqrt{2}} · {\sqrt{2}} = {\sqrt{4}} = 2$$, maar $${\sqrt{3}} · {\sqrt{2}} = {\sqrt{6}}$$ kun je niet verder vereenvoudigen. In dat geval laat je de wortel in het antwoord staan (dus hoef je niet te benaderen met je rekenmachine).
Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.