Bij de winkel worden verschillende maten waterflesjes verkocht. Waterflesje A heeft een inhoud van 0,5 liter
a. Waterflesje B is een vergroting van waterflesje A met vergrotingsfactor 1,59. Bereken de inhoud van B.
b. Waterflesje C heeft een inhoud van 0,25 liter en is een verkleining van B. Bereken de vergrotingsfactor.
Uitwerking:
a. Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 · inhoud origineel
$$\mbox{Inhoud beeld }= 1,59^3 · 0,5 = 2,0098 \approx 2 \mbox{ liter}$$.
b. $$\mbox{vergrotingsfactor }= \sqrt[3]{\frac{0,25}{2}} = 0,5 $$