SL-Wiskunde 4e klas Vwo oefenen

2026 · 4e klas Vwo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Gevorderd - zijden berekenen met de tangens

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

De aanliggende rechthoekszijde van $$\angle A$$ is gegeven. Bereken de overstaande rechthoekszijde van $$\angle A$$ in 1 decimaal nauwkeurig.

Uitwerking:

$$\mbox{tan}(\angle A) = \frac{BC}{AC}$$ dus $$\mbox{tan}(42) = \frac{BC}{12}$$

Je kunt nu de onbekende variabele BC (= de overstaande zijde) naar de linkerkant halen (zie ook hierboven de al omgeschreven formule waarbij de overstaande rechthoekszijde al aan de linkerkant staat):

$$\text{overstaande rechthoekszijde van } \angle A = BC = \text{tan}(42)·\mbox{12 }\approx 10,8$$

 

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

We hebben geleerd dat je met behulp van de tangens een hoek in een rechthoekige driehoek kunt berekenen als je de lengte van de overstaande en de aanliggende zijde van die hoek weet.

Andersom kun je ook met behulp van een hoek en een zijde de lengte van een andere zijde berekenen. In deze theorie leggen we je uit hoe dat precies werkt.

Methode

De formule die we kennen om met behulp van de tangens een hoek te berekenen, is als volgt:

$$\bf{\text{tan} (\angle A) = \frac{\text{overstaande rechthoekszijde van }\angle A}{\text{aanliggende rechthoekszijde van }\angle A}}$$

 

Als je nu deze formule omschrijft zodat een van de zijden alleen aan de linkerkant staat, dan kun je zien hoe je deze zijde kunt berekenen als de andere gegevens (de hoek en de andere zijde) bekend zijn:

$$\bf {\text{overstaande rechthoekszijde van } \angle A} = \text{tan}(\angle {A})·\mbox{aanliggende rechthoekszijde van }\angle A$$

$$\bf\text{aanliggende rechthoekszijde van }\angle A = \frac{\text{overstaande rechthoekszijde van } \angle{A}}{\text{tan}(\angle{A})}$$

 

Dus als een hoek met de aanliggende rechthoekszijde is gegeven dan kun je de overstaande rechthoekszijde berekenen. Bijvoorbeeld in afbeelding Driehoek 1. $$\mbox{tan}(\angle A) = \frac{BC}{AC}$$ dus $$\mbox{tan}(61) = \frac{BC}{17}$$

Je kunt nu de onbekende variabele BC (= de overstaande zijde) naar de linkerkant halen (zie ook hierboven de al omgeschreven formule waarbij de overstaande rechthoekszijde al aan de linkerkant staat):

$$\text{overstaande rechthoekszijde van } \angle A = BC = \text{tan}(61)·\mbox{17 }\approx 30,7$$

 

Als een hoek met de overstaande rechthoekszijde is gegeven dan kun je de aanliggende rechthoekszijde berekenen. Bijvoorbeeld in afbeelding Driehoek 2. $$\mbox{tan}(\angle P) = \frac{QR}{PR}$$ dus $$\mbox{tan}(50) = \frac{35}{PR}$$

Je kunt nu de onbekende variabele PR (= de aanliggende zijde) naar de linkerkant halen (zie ook hierboven de al omgeschreven formule waarbij de aanliggende rechthoekszijde al aan de linkerkant staat):

$$\text{aanliggende rechthoekszijde van } \angle P = PR = \frac{\text{35}}{\text{tan}(50)} \approx 29,4$$

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden