a. Maak af ΔABC ~ Δ...
b. Bereken AC
c. Bereken EF
d. Maak af ΔKLM ~ Δ...
Uitwerking:
a. Zoek eerst de gelijke hoeken.
∠A = ∠D
∠B = ∠E
∠C = ∠F
Dus: ΔABC ~ ΔDEF
b. Maak eerst een verhoudingstabel van de driehoeken:
$$\newcommand\T{\Rule{0pt}{1em}{.3em}} \begin{array}{c|c|c|c} ΔABC & AB & BC & AC \T \\\hline ΔDEF \T & DE & EF & DF \end{array}$$
Vul nu de getallen in die gegeven zijn:
$$\newcommand\T{\Rule{0pt}{1em}{.3em}} \begin{array}{c|c|c|c} ΔABC & 3 & 7 & AC \T \\\hline ΔDEF \T & 9 & EF & 15 \end{array}$$
Splits de verhoudingstabel naar een tabel van 2x2 en zorg dat je maar 1 onbekend getal hebt, het getal waar je naar op zoek bent (AC in dit geval).
$$\newcommand\T{\Rule{0pt}{1em}{.3em}} \begin{array}{c|c|c|c} 3 & AC \T \\\hline 9 \T & 15 \end{array}$$
Nu kun je kruiselings vermenigvuldigen.
AC · 9 = 3 · 15
$$AC=\frac{3 · 15}{9}=\frac{45}{9}=5$$
c. Splits de originele tabel nogmaals met alleen EF als onbekend getal.
$$\newcommand\T{\Rule{0pt}{1em}{.3em}} \begin{array}{c|c|c|c} 3 & 7 \T \\\hline 9 \T & EF \end{array}$$
3 · EF = 9 · 7
$$EF=\frac{9 · 7}{3}=\frac{63}{3}=21$$
d. ΔKLM ~ ΔQLR
ΔKLM is niet gelijkvormig aan ΔNLP, omdat zijde NP niet evenwijdig is aan zijde KM. Hierdoor zijn niet alle hoeken gelijk aan elkaar en zijn de driehoeken dus niet gelijkvormig.
ΔQLR daarentegen is wel gelijkvormig aan ΔKLM. Zijde QR is namelijk evenwijdig aan zijde KM. Hierdoor geldt:
∠K = ∠Q
∠L = ∠L
∠M = ∠R
Dus: ΔKLM ~ ΔQLR