De Nederlandse regering wilt dat kinderen tussen 8-18 jaar stimuleren om te sporten en zij zetten daarom een campagne op die kinderen in die leeftijdscategorie meer aan het sporten moet krijgen.
Op 1 januari 2013 is het aantal sportende kinderen tussen 8-18 jaar 500.000 en de regering verwacht dat dit getal elk jaar met 1,075 zal stijgen door de campagne.
a. Stel de formule op om het aantal sportende jongeren in Nederland te berekenen.
b. Hoeveel jongeren sporten er in 2020 (afgerond op hele getallen)?
c. Wanneer is het aantal sportende jongeren meer dan 600.000?
Uitwerking
a. $$N= b · g^t$$, b = 500.000 en g = 1,075. Dus de formule wordt: $$N = 500.000 · 1,075^t$$
b. 2020 - 2013 = 7, dus t = 7. Het aantal sportende jongeren in 2020 zal dus zijn: $$N = 500.000 · 1,075^7 = 829.525$$
c. Wanneer je 500.000 vermenigvuldigt met 1,075, en dat antwoord weer vermenigvuldigt met 1,075 en zo doorgaat totdat het aantal boven de 600.000 is. Dit is na 3 keer al het geval. Oftewel $$N = 500.000 · 1,075^2 = 577.813$$ en $$N = 500.000 · 1,075^3 = 621.148$$. Dus na 3 jaar is het aantal sportende jongeren meer dan 600.000, dus in 2016.