SL-Wiskunde 2e klas Vwo oefenen

2026 · 2e klas Vwo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Wijzers van de klok - graden berekenen

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Hoe groot is de hoek tussen de wijzers om 14:14?

 

Uitwerking:

Als het 14:14 uur is, dan is het dus 14 over 2 in de middag. De grote wijzer staat dus op 14 minuten en de kleine wijzer is dan dus iets voorbij de 2 (het is namelijk niet 14:00 uur maar al 14 minuten later).

De grote wijzer is 14 minuten gedraaid vanaf het verticale punt, 14 · 6° = 84°. De kleine wijzer is 2 uur en 14 minuten gedraaid. Dit is gelijk aan 2 · 60 + 14 = 134 minuten. De kleine wijzer is 134 · 0,5° = 67° gedraaid. De hoek tussen beide wijzer is het verschil, namelijk 84° - 67° = 17°.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Is het je weleens opgevallen dat als je klokkijkt, dat de twee wijzers van de klok een bepaalde hoek maken? En dat deze hoek op een ander moment van de dag steeds anders is?

In deze theorie behandelen we de verschillende soorten hoeken en leggen we je uit hoe je de hoek tussen de twee wijzers op een klok kunt bepalen.

Methode

Hoeken

Hoeken meten we in graden. Een hoek van 90 graden noemen we een rechte hoek. 90 graden schrijven we als 90°. Een hoek die kleiner dan 90° is, wordt een scherpe hoek genoemd. Een hoek die groter dan 90° is, wordt een stompe hoek genoemd. Als 2 benen in elkaars verlengde liggen noem je een hoek een gestrekte hoek. Een gestrekte hoek is een hoek van 180°. Als een hoek helemaal rond gaat spreek je van een volle hoek. Een volle hoek is een hoek van 360°.

 

Wijzers van de klok

Hoeken komen overal voor. Bijvoorbeeld de wijzers van een klok. De twee wijzers vormen altijd een hoek. Allebei de wijzers zijn de benen en het middelpunt van de klok is het hoekpunt. Je kunt berekenen hoe groot de hoek is die de twee wijzers maken.

De grote wijzer maakt een heel rondje in 60 minuten. Een heel rondje is een volle hoek en dus 360°. Dit betekent dat de grote wijzer $$\frac{360°}{60 \mbox{ minuten}} = 6°$$ per minuut draait.

De kleine wijzer maakt een heel rondje (en dus 360°) in 12 uur. Dit is gelijk aan 12 · 60 = 720 minuten. Dit betekent dat de kleine wijzer $$\frac{360°}{720 \mbox{ minuten}} = 0,5°$$ per minuut draait.

Als je nu wilt berekenen wat de hoek tussen de wijzers is om 10 over 3, dan neem je de volgende stappen:

  • Stap 1: Bereken hoeveel graden de grote wijzer is gedraaid, gezien vanuit de verticale stand. Het is 10 over 3 en dus is de grote wijzer 10 minuten gedraaid. De grote wijzer draait 6° per minuut, dus de grote wijzer is 10 · 6° = 60° gedraaid.
  • Stap 2: Bereken hoeveel graden de kleine wijzer is gedraaid, gezien vanuit de verticale stand (dus vanaf het punt dat de wijzer op 12 uur stond). De kleine wijzer is 3 uur en 10 minuten gedraaid. Dit is gelijk aan 3 · 60 + 10 = 190 minuten. De kleine wijzer draait 0,5° per minuut, dus de wijzer is 190 · 0,5° = 95° gedraaid.
  • Stap 3: Bereken de hoek tussen de wijzers. Dit is het verschil tussen de zojuist berekende hoeken. In dit voorbeeld is dat dus 95° - 60° = 35°.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden