Welk bezittelijk voornaamwoord hoort in welke zin te staan?
a. Door de storm zijn er een aantal dakpannen van ..... (1) huis afgewaaid.
b. Blijer dan dit ga ik niet worden, want ik ben geslaagd voor ..... (2) eindexamen!
c. Ik ga even een kop koffie drinken bij ..... (3) vriend verderop in de straat.
- onze
- jullie
- m'n
Uitwerkingen
a. Door de storm zijn er een aantal dakpannen van jullie huis afgewaaid.
b. Blijer dan dit ga ik niet worden, want ik geslaagd ben voor m'n eindexamen!
c. Ik ga even een kop koffie drinken bij onze vriend verderop in de straat.