Getal & Ruimte 12, 4 vmbo-k oefenen

12e editie · 4e klas Vmbo-k · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Afronden van decimale getallen

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

a. Rond 1,46 af op 1 decimaal.

b. Rond 1,46 af op gehelen.

 

Uitwerking

a. Je moet 1,46 afronden op 1 decimaal, dus of je naar boven of beneden afrond hangt af van het tweede decimaal. Als dit een 4 of lager is, dan rond je naar beneden af. Is het een 5 of hoger, dan rond je naar boven af. Het tweede decimaal is hier een 6 en dus rond je naar boven af. Het goede antwoord is 1,5.

b. Je moet hier 1,46 afronden op een heel getal, dus of je naar boven of naar beneden afrond hangt af van het eerste decimale getal. Als dit een 4 of lager is, dan rond je naar beneden af. Is het een 5 of hoger, dan rond je naar boven af. Het eerste decimaal is een 4 en dus rond je naar beneden af. Het goede antwoord is 1.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

In veel van de sommen die je gaat maken zal je gevraagd worden om je antwoord af te ronden. Hiervoor is het belangrijk dat je de regels voor het afronden van een getal goed begrijpt.

In deze theorie leer je wat de regels zijn voor het afronden van een decimaal getal en hoe je deze kunt toepassen.

Methode

Afronden

Als je afrondt op twee decimalen dan kijk je naar het derde decimaal. Wil je afronden op drie decimalen, dan kijk je naar het vierde decimaal. Je kijk dus altijd naar het eerstvolgende decimaal. Is dit decimaal een 4 of lager, dan rond je af naar beneden. Is dit decimaal een 5 of hoger dan rond je af naar boven.

Bij het afronden van getallen, kun je dus de volgende stappen aanhouden:

  1. Ga na waarop je moet afronden.
  2. Kijk naar het eerstvolgende getal/decimaal.
  3. Bij een getal van 4 of lager rond je af naar beneden.
    Bij een getal van 5 of hoger rond je af naar boven.

Voorbeeld

a. Rond 6,53489 af op 2 decimalen.

Je moet 6,53489 afronden op 2 decimalen, dus of je naar boven of beneden afrond hangt af van het derde decimaal. Als dit een 4 of lager is, dan rond je naar beneden af. Is het een 5 of hoger, dan rond je naar boven af. Het derde decimaal is hier een 4 en dus rond je naar beneden af. Het goede antwoord is 6,53.

b. Rond 6,53489 af op 3 decimalen.

  1. Je moet afronden op 3 decimalen, dus 3 getallen na de komma.
  2. Kijk naar het eerstvolgende decimaal. Dit is het vierde decimaal in 6,53489, dus de 8.
  3. Bij een getal boven de 5 rond je af naar boven, dus je eindantwoord wordt 6,535.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden