In de figuur zie je een bloembak van 5 bij 7 decimeter. Aan de bovenkant van deze bak zit een rand met een oppervlakte van 64 dm2. De paarse en blauwe delen zijn even breed. Bereken de breedte van de rand.
Uitwerking
We noemen de breedte van de rand x decimeter. Door de rand in vlakken te verdelen krijg je de oppervlakte van de rand. Je krijgt 4 gele, 2 paarse en 2 blauwe stukken.
- De oppervlakte van een geel stuk is x · x = x2.
- De oppervlakte van een paars stuk is 7 · x = 7x.
- De oppervlakte van een blauw stuk is 5 · x = 5x.
Door deze oppervlakten op te tellen krijg je de formule voor de oppervlakte van de rand.
- (4· x2) + (2 · 7x) + (2 · 5x) = 4x2 + 14x + 10x = 4x2 + 24x
Je weet dat de oppervlakte van de totale rand gelijk is aan 64 dm2 is, dus 4x2 + 24x = 64. We lossen deze vergelijking op:
- 4x2 + 24x = 64
- 4x2 + 24x - 64 = 0
- x2 + 6x - 16 = 0
- (x + 8)(x - 2) = 0 (ontbinden in factoren)
- x + 8 = 0 ∨ x - 2 = 0
- x = -8 ∨ x = 2
Een breedte kan nooit negatief zijn, dus de rand is 2 decimeter breed.