Je hebt 4 lijnen. Welke lijnen zijn evenwijdig?
- y: y = 3x + 8
- b: y = 2a + 8
- p: y = 3q - 5
- v: y = -2s + 5
Uitwerking
Lijnen 1 en 3 zijn evenwijdig, omdat zij dezelfde richtingscoëfficiënt hebben.
13e editie · 2e klas Vwo · Wiskunde
Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.
Bekijk de onderwerpen bij dit boekEen kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.
Je hebt 4 lijnen. Welke lijnen zijn evenwijdig?
Uitwerking
Lijnen 1 en 3 zijn evenwijdig, omdat zij dezelfde richtingscoëfficiënt hebben.
Lijnen van lineaire functies hebben de overeenkomst dat het rechte lijnen zijn, zonder bochten of hoeken erin. Het komt weleens voor dat de lijnen van verschillende functies even stijl zijn.
Hoe dit heet en hoe je dit kunt herkennen, leggen we je uit in deze theorie.
Bekijk de afbeelding. Lijn p en lijn g lopen precies in dezelfde richting oftewel precies even steil. We noemen dit evenwijdige lijnen. Als twee lijnen evenwijdig aan elkaar zijn, betekent dit dat de richtingscoëfficiënten (a) van beide lijnen aan elkaar gelijk zijn.
Lijnen p: y = 3x + 4 en g: y = 3x - 2 hebben dezelfde richtingscoëfficiënt, namelijk: rcp = rcg = 3 en zijn dus evenwijdig aan elkaar.
Je kunt dus evenwijdige lijnen herkennen door naar de richtingscoëfficiënt (oftewel de a) van de formule te kijken.
Als punt R(x,y) op de lijn ligt en je weet de richtingscoëfficiënt dan kan je b berekenen door de coördinaten van het punt in de formule in te vullen. Andersom geldt ook dat als je de formule weet, je kunt nagaan of een punt op de lijn ligt.
Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.