Hoe schrijf je het (wellicht bijvoeglijk gebruikte) voltooid deelwoord?
a. eten - we hebben .....
b. vliegen - hij heeft .....
c. de man is gearresteerd - de ..... man
Uitwerkingen
a. eten - we hebben gegeten
b. vliegen - hij heeft gevlogen
c. de man is gearresteerd - de gearresteerde man