Talent 1, 3 vwo oefenen

1e editie · 3e klas Vwo · Nederlands

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Gevorderd - lijdend voorwerp

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Wat is het lijdend voorwerp?

a. De baas zou graag willen weten wie hier verantwoordelijk voor is.
b. "Die klok loopt een uur achter", vertelde de stewardess aan mij.

 

Uitwerkingen:

a. Wat zou de baas graag willen weten?
--> wie hier verantwoordelijk voor is = lijdendvoorwerpszin

b. Wat vertelde de stewardess aan mij?
--> Die klok loopt een uur achter = lijdendvoorwerpszin

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Hoe vind je het lijdend voorwerp in een moelijke of lange zin?

Methode

Het lijdend voorwerp in een zin geeft aan waar de in de zin beschreven handeling betrekking op heeft, dus wat het 'lijdende' voorwerp is.

Als je het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp hebt gevonden dan kan je erachter komen wat het lijdend voorwerp is, door jezelf de volgende vraag te stellen:

wie of wat + [persoonsvorm] + [onderwerp] + [andere werkwoorden]? 

Een lijdend voorwerp kan ook een bijzin omvatten of uit een hele zin bestaan. Dan spreken we van een lijdendvoorwerpszin, zoals in het volgende geval:

Marjolein zei dat ze volgende week gaat sporten.

1 - ontleed de zin

a. onderwerp: Marjolein
b. persoonsvorm: zei

2 - wat is het lijdend voorwerp? 

Wat zei Marjolein?
--> dat ze volgende week gaat sporten --> lijdendvoorwerpszin

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden