Wat is de persoonsvorm van de volgende zinnen?
a. Ik eet liever thuis vanavond.
b. Ik liet het touw los, toen viel alles om.
c. Ik kan zaterdag niet afspreken want dan moet ik voetballen.
Uitwerking:
a. vraagproef (=maak een vragende zin).
Eet ik liever thuis vanavond?
Persoonsvorm: eet
b. getalproef (= verander het getal (enkelvoud/meervoud) van het onderwerp).
Wij lieten het touw los, toen viel alles om.
Onze taal kent ook scheidbaar samengestelde werkwoorden. De persoonsvorm kan in dit geval gescheiden in de zin voorkomen.
Persoonsvorm: liet los (hele werkwoord = loslaten)
c. tijdproef (=verander de tijd van de zin).
Ik kon zaterdag niet afspreken, want toen moest ik voetballen.
Je hebt te maken met een samengestelde zin met twee hoofdzinnen, dus je moet ze apart bekijken.
Persoonsvorm: kan - moet