Schrijf de juiste persoonsvorm in de zin.
a. Veel Nederlanders ..... (emigreer, tt) na hun studie naar het buitenland.
b. De schrijver ..... (verzenden) vorige week een aantal exemplaren van zijn boeken naar fans.
c. Zij ..... (overeenkomen) dat ze beter niet meer bij elkaar konden wonen.
Uitwerkingen
a. zij (meervoud) = hele werkwoord = emigreren
b. verzenden = sterk werkwoord
enkelvoud verleden tijd = verzond
c. overeenkomen = sterk werkwoord
meervoud verleden tijd = kwamen overeen