Talent 2, 3 havo oefenen

2e editie · 3e klas Havo · Nederlands

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Zwakke werkwoorden - persoonsvorm vt

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Schrijf de juiste persoonsvorm in de verleden tijd in de zin.

a. De kat ..... (rennen) naar buiten.
b. De wolven ..... (huilen) in de nacht.
c. ..... (Tikken) jij tegen het raam?

 

Uitwerkingen

a. rennen eindigt op -nen --> verleden tijd eindigt op -de(n) (denk aan kofschiptaxi)
de kat = enkelvoud --> rende

b. huilen eindigt op -len --> verleden tijd eindigt op -de(n) (denk aan kofschiptaxi)
de wolven = meervoud --> huilden

c. tikken eindigt op -ken --> verleden tijd eindigt op -te(n) (denk aan kofschiptaxi)
... jij = enkelvoud --> tikte

 

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Hoe schrijf je de persoonsvormen in de verleden tijd van zwakke werkwoorden?

Methode

De meeste werkwoorden horen tot de groep "zwakke werkwoorden". Dit zijn de werkwoorden die je volgens vaste regels kan vervoegen (=de juiste vorm van het werkwoord vinden). 

Bij zwakke werkwoorden is de verleden tijd over het algemeen opgebouwd uit de stam (=de ik-vorm) met te(n) of de(n) erachter. Dus:

Ik/jij/hij/zij/het                   stam + te/de

Wij/jullie/zij                        stam + ten/den

Of je te(n) of de(n) achter de ik-vorm moet schrijven kan je bepalen met de regel van 't kofschip. 

 

't Kofschip

Indien je met een persoonsvorm in de verleden tijd te maken hebt, dan kan je met de regel van 't kofschip bepalen hoe je het werkwoord schrijft. Met die regel kijk je naar welke letter in het werkwoord staat vóór de letters -en. Dus bijvoorbeeld: varen, zwemmen, kopen, zagen, etc.

De regel luidt: als de letter voor de laatste letters (-en) van het werkwoord een medeklinker is uit 't kofschip (dus t-k-f-s-ch-p), dan gebruik je -te(n) in de verleden tijd. Bij alle andere letters gebruik je -de(n).

 

De ik-vorm + te(n)

Dus, als het werkwoord eindigt op -ten, -ken, -fen, -sen, -chen of -pen (en ook -xen), dan gebruik je -te(n) in de verleden tijd, zoals bij de volgende werkwoorden:

praten - praatte (enkelvoud: ik/jij/hij/zij/het) - praatten (meervoud: wij/jullie/zij)
maken - ik maakte - wij maakten
boffen - jij bofte - jullie boften
wassen - hij waste - zij wasten
lachen - zij lachte (enkelvoud) - zij lachten (meervoud)
snappen - ik snapte - jullie snapten
relaxen - jij relaxte - wij relaxten

Let op: als de laatste letter voor de -en een t is (zoals bij praten), dan komt er een extra t bij in de verleden tijd (praatte, praatten).

 

De ik-vorm + de(n)

Als het werkwoord niet eindigt op -ten, -ken, -fen, -sen, -chen of -pen (en ook -xen), dan gebruik je -de(n) in de verleden tijd. Soms ziet het er misschien gek uit, maar je kan altijd aan deze regel vasthouden.

Let op: Als de laatste letter voor de -en een d is (zoals bij verraden), dan komt er een extra d bij in de verleden tijd (verraadde, verraaddden).

Let op: Als de laatste letter voor de -en een v is (zoals bij kleven) of een z is (zoals bij vrezen), dan worden er vaak fouten gemaat. Dat komt omdat kleven in de ik-vorm "kleef" is, waarbij de laatste letter een f is en vrezen is in de ik-vorm "vrees", waarbij de laatste letter een s is. Deze letters zitten allebei in 't kofschip. Toch moet je hier kijken naar het werkwoord -en, dus naar klev-en en vrez-en. Deze zitten niet in 't kofschip, dus je plakt -de(n) achter deze ik-vormen in de verleden tijd. Dus:

kleven - kleefde - kleefden
vrezen - vreesde - vreesden

 

Kofschiptaxi

Veel leerlingen leren nog steeds via 't kofschip hoe ze de verleden tijd van een werkwoord moeten schrijven, maar zoals je hierboven kan lezen doet de x eigenlijk ook mee met deze regel, terwijl deze niet in 't kofschip staat.

Daarom is er een nieuw woord bedacht voor deze regel, namelijk kofschiptaxi. Deze kan je dus misschien wel beter gebruiken om na te gaan wat de correcte spelling van het woord is: met -te(n) of met -de(n).

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden