Talent 2, 3 havo oefenen

2e editie · 3e klas Havo · Nederlands

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Gevorderd - nevenschikkende voegwoorden

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Wat zijn de nevenschikkende voegwoorden in de volgende zinnen? 

a. Mijn opa alsmede mijn broertje is vandaag jarig. 
b. Ik wil liever niet naar de kermis, want ik voel me een beetje misselijk. 
c. Wil je naar Disneyland Parijs ofwel naar Disneyland Tokyo?

 

Uitwerkingen

a. Mijn opa alsmede mijn broertje is vandaag jarig. 
b. Ik wil liever niet naar de kermis, want ik voel me een beetje misselijk. 
c. Wil je naar Disneyland Parijs ofwel naar Disneyland Tokyo?

Een voegwoord is een woord dat twee deelzinnen met elkaar verbindt. Nevenschikkende voegwoorden verbinden twee deelzinnen die even belangrijk zijn.

 

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Wat is een voegwoord en wanneer is het voegwoord nevenschikkend?

Methode

Een voegwoord is een woord dat twee deelzinnen met elkaar verbindt (aan elkaar voegt). Het inhoudelijke verband tussen de deelzinnen wordt bepaald door het voegwoord. Voegwoorden kan je grofweg in de volgende categorieën opdelen:

- Tegenstellende voegwoorden: maar, echter, doch, ...
- Voegwoorden van voorwaarde: mits, tenzij, indien, als, ...
- Voegwoorden van reden: omdat, zodat, want, dus, ...
- Voegwoorden van tijd: nadat, voordat, terwijl, toen, ...
- Voegwoorden van toegeving: hoewel, ofschoon, ...
- Overige voegwoorden: en, dat, of, ...

Voegwoorden zijn grammaticaal in twee soorten te verdelen:

- nevenschikkende voegwoorden
- onderschikkende voegwoorden

 

Nevenschikkende voegwoorden verbinden twee deelzinnen die even belangrijk zijn (die gelijkwaardig zijn). Een nevenschikkend voegwoord staat daarom altijd tussen de deelzinnen in, en zou niet aan het begin van de zin kunnen staan. Zie bijvoorbeeld de volgende zinnen:

- Ik pak morgen de bus, want dan kan ik lekker uitslapen. (want kan alleen op die plek staan)
- Ik heb er best veel zin in, maar ik hoop dat het niet te laat is afgelopen.
- Ik fiets naar de speeltuin en pomp eerst mijn band op. 

 

Enkele voorbeelden van nevenschikkende voegwoorden zijn: en, noch, alsmede, alsook, maar, doch, of, ofwel, dan, want, dus.

 

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden