Bereken.
a. Het product van 6 en 7
b. Het quotiënt van 20 en 4
c. De som van 9 en 19.
d. Het verschil van 24 en 9.
Uitwerking
a. 6 · 7 = 42
b. $$ \frac{20}{4} = 5 $$
c. 9 + 19 = 28
d. 24 - 9 = 15
12e editie · 1e klas Vwo · Wiskunde
Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.
Bekijk de onderwerpen bij dit boekEen kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.
Bereken.
a. Het product van 6 en 7
b. Het quotiënt van 20 en 4
c. De som van 9 en 19.
d. Het verschil van 24 en 9.
Uitwerking
a. 6 · 7 = 42
b. $$ \frac{20}{4} = 5 $$
c. 9 + 19 = 28
d. 24 - 9 = 15
In de wiskunde hebben berekeningen wiskundige namen gekregen. Dit is gedaan zodat iedereen precies weet waar het over gaat. Deze wiskundige berekeningen noemen we ook wel bewerkingen.
Hoe je relatief eenvoudige wiskundige bewerkingen kunt uitvoeren leer je in deze theorie en met deze oefeningen.
Als we gaan kijken naar de vermenigvuldiging van 4 met 5, dan noemen we 4 en 5 de factoren.
Het product van 4 en 5 is 4 · 5 = 20
Als we kijken naar de deling van 16 door 4, dan noemen we 16 en 4 de factoren.
Het quotiënt van 16 en 4 is $$ \frac{16}{4} = 4$$
Als we kijken naar 4 + 5, dan zijn 4 en 5 de termen.
De som van 4 en 5 is 4 + 5 = 9
Als we kijken naar 12 - 9, dan zijn 12 en 9 de termen.
Het verschil van 12 en 9 is 12 - 9 = 3
Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.