Getal & Ruimte 10, 3 Vwo oefenen

10e editie · 3e klas Vwo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Oplossen van kwadratische vergelijkingen met breuken

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Los de vergelijking op:

$$\frac{1}{4}(x + 1)(x + 5) = \frac{-3}{4}$$

 

Uitwerking

Stap 1: Werk de haakjes weg.

$$\frac{1}{4}(x^{2} + 6x + 5) = \frac{-3}{4}$$

$$\frac{1}{4}x^{2} + \frac{3}{2}x + \frac{5}{4} = \frac{-3}{4}$$

Stap 2: Maak het rechterlid 0.

$$\frac{1}{4}x^{2} + \frac{3}{2}x + \frac{5}{4} - \frac{-3}{4} = 0$$

$$\frac{1}{4}x^{2} + \frac{3}{2}x + \frac{5}{4} + \frac{3}{4} = 0$$

$$\frac{1}{4}x^{2} + \frac{3}{2}x + 2 = 0$$

Stap 3: Vermenigvuldig de vergelijking met 4.

$$x^{2} + 6x + 8 = 0$$

Stap 4: Ontbind in factoren.

(x + 2)(x + 4) = 0

Stap 5: Gebruik A · B = 0 geeft A = 0 ∨ B = 0

x + 2 = 0 ∨ x + 4 = 0

x = -2 ∨ x = -4

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Het oplossen van een kwadratische vergelijking met breuken is iets lastiger dan zonder breuken. Als je zo'n vergelijking wilt oplossen dan moet je namelijk als tussenstap de vergelijking vermenigvuldigen met een bepaald getal om de breuken weg te werken. Dat maakt de vergelijking vaak direct overzichtelijker.

In deze theorie leggen we je uit hoe dat werkt.

Methode

Volg altijd het stappenplan om een kwadratische vergelijking met breuken op te lossen.

Voorbeeld: los de vergelijking $$\frac{1}{2}(x - 2)(x + 1) = 9$$ op.

Stap 1: Werk eerst de haakjes weg.

$$\frac{1}{2} (x^{2} - x - 2) = 9$$

$$\frac{1}{2}x^{2} - \frac{1}{2}x - 1 = 9$$

Stap 2: Maak het rechter lid 0.

$$\frac{1}{2}x^{2} - \frac{1}{2}x - 10 = 0$$

Stap 3: Nu gaan we de breuken wegwerken. Vermenigvuldig alle termen met 2 zodat er factor 1 voor $$x^2$$ staat.$$x^2 - x - 20 = 0$$

Stap 4: Ontbind in factoren.

(x - 5)(x + 4) = 0 (product-som methode)

Stap 5: Gebruik A · B = 0 geeft A = 0 ∨ B = 0 of x2 = c

A · B = 0 geeft A = 0 ∨ B = 0, dus x - 5 = 0 ∨ x + 4 = 0, dus x = 5 ∨ x = -4

Let op! Als het rechterlid al gelijk staat aan 0 en er al factor 1 voor $$x^2$$ staat begin je bij stap 4. Bijvoorbeeld bij de vergelijking (x + 1)(x - 3) = 0 kun je direct zien dat x + 1 = 0 ∨ x - 3 = 0.

Dus dan weet je: x = -1 ∨ x = 3.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden