a. Wat is de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle M$$ in $$\triangle KLM$$?
b. Wat is de schuine zijde van $$\triangle NOP$$?
c. Wat is de overstaande rechthoekszijde van $$\angle S$$ in $$\triangle RST$$?
Uitwerking:
a. Zijde $$KM$$ is de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle M$$. $$\angle K$$ is de rechte hoek en zijde $$KM$$ en zijde $$KL$$ zijn dus rechthoekzijden. $$KM$$ is een been van $$\angle K$$ en is dus de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle K$$.
b. Zijde $$NO$$ is de schuine zijde. $$\angle P$$ is de rechte hoek. Zijde $$NO$$ ligt tegenover $$\angle P$$ en is dus de schuine zijde.
c. Zijde $$RT$$ is de overstaande rechthoekszijde van $$\angle S$$. $$\angle R$$ is de rechte hoek en zijde $$RT$$ en zijde $$RS$$ zijn dus rechthoekszijden. $$RT$$ ligt tegenover $$\angle S$$ en is dus de overstaande rechthoekszijde van $$\angle S$$.