Getal & Ruimte 10, 3 Havo oefenen

10e editie · 3e klas Havo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Zijden benoemen van rechthoekige driehoeken

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

a. Wat is de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle M$$ in $$\triangle KLM$$?

b. Wat is de schuine zijde van $$\triangle NOP$$?

c. Wat is de overstaande rechthoekszijde van $$\angle S$$ in $$\triangle RST$$?

 

 Uitwerking:

 a. Zijde $$KM$$ is de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle M$$. $$\angle K$$ is de rechte hoek en zijde $$KM$$ en zijde $$KL$$ zijn dus rechthoekzijden. $$KM$$ is een been van $$\angle K$$ en is dus de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle K$$.

 b. Zijde $$NO$$ is de schuine zijde. $$\angle P$$ is de rechte hoek. Zijde $$NO$$ ligt tegenover $$\angle P$$ en is dus de schuine zijde.

 c. Zijde $$RT$$ is de overstaande rechthoekszijde van $$\angle S$$. $$\angle R$$ is de rechte hoek en zijde $$RT$$ en zijde $$RS$$ zijn dus rechthoekszijden. $$RT$$ ligt tegenover $$\angle S$$ en is dus de overstaande rechthoekszijde van $$\angle S$$.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

In plaats van de verticale verplaatsing en de horizontale verplaatsing, hebben we het in driehoeken ook wel over de overstaande rechthoekzijde en de aanliggende rechthoekzijde.

Elke driehoek heeft 3 zijden. De schuine zijde (ook wel de langste zijde genoemd) ligt ALTIJD tegenover de rechte hoek. De zijden die aan de rechte hoek vast zitten heten de rechthoekzijden. Je weet pas wat de overstaande rechthoekzijde of de aanliggende rechthoekzijde is als je weet vanuit welke hoek je moet kijken.

Methode

In de afbeelding zie je rechthoekige driehoek $$\triangle ABC$$. 

De rechthoekszijden zijn de zijden die aan de rechte hoek liggen. Bij deze driehoek is $$\angle A$$ de rechte hoek. De rechthoekszijden zijn dus zijde $$AB$$ en zijde $$AC$$.
De schuine zijde is de zijde die tegenover de rechte hoek ligt. Bij deze driehoek is dat zijde $$BC$$. 

In de andere afbeelding zie je rechthoekige driehoek $$\triangle DEF$$.

In deze driehoek is $$\angle F$$ de rechte hoek. Zijde $$DF$$ en zijde $$EF$$ zijn de rechthoekszijden en zijde $$DE$$ is de schuine zijde.
Rechthoekszijde $$DF$$ is een been van $$\angle D$$ en heet daarom de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle D$$.
Rechthoekszijde $$EF$$ ligt tegenover $$\angle D$$ en heet daarom de overstaande rechthoekszijde van $$\angle D$$.
Op deze manier kan je ook zien dat rechthoekszijde $$EF$$ de aanliggende rechthoekszijde van $$\angle E$$ is en dat rechthoekszijde $$DF$$ de overstaande rechthoekszijde is van $$\angle E$$.

LET OP: JE KIJKT NOOIT VANUIT DE RECHTE HOEK!

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden