Teken de punten A(2,3), B(-2,5) en C(1,2). Teken alle punten die even ver van A liggen als van B, en verder dan 2 van C.
Uitwerking:
Teken eerst de punten in een assenstelsel. Om alle punten te vinden die even ver liggen van A als van B moet je een middelloodlijn tekenen, loodrecht op lijnstuk AB. Vergeet niet om het symbool $$\urcorner$$ te tekenen om een rechte hoek aan te geven.
De middelloodlijn heeft als eigenschap dat elk punt op de lijn even ver van A als B ligt.
De tweede voorwaarde is dat de punten die we zoeken meer dan 2 bij punt C vandaan liggen.
Teken een cirkel met straal 2 om punt C. Alle punten buiten deze cirkel liggen meer dan 2 bij C vandaan.
Deze cirkel ligt over de middelloodlijn. Elk punt op de loodlijn buiten de cirkel is een punt dat even ver van A als B ligt op een afstand van meer dan 2 van punt C. Dit zijn alle punten op de rode lijn in de afbeelding.