Herleid.
a. $${\sqrt{2}} + {\sqrt{5}}$$
b. $${7\sqrt{9}} + {3\sqrt{9}}$$
Uitwerking
a. $${\sqrt{2}} + {\sqrt{5}}$$ kan niet korter, want het zijn geen gelijksoortige wortels
b. $${7\sqrt{9}} + {3\sqrt{9}} = {10\sqrt{9}} = 10 · 3 = 30$$
10e editie · 2e klas Havo · Wiskunde
Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.
Bekijk de onderwerpen bij dit boekEen kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.
Herleid.
a. $${\sqrt{2}} + {\sqrt{5}}$$
b. $${7\sqrt{9}} + {3\sqrt{9}}$$
Uitwerking
a. $${\sqrt{2}} + {\sqrt{5}}$$ kan niet korter, want het zijn geen gelijksoortige wortels
b. $${7\sqrt{9}} + {3\sqrt{9}} = {10\sqrt{9}} = 10 · 3 = 30$$
Bij het rekenen met wortelformules is het goed mogelijk dat je wortels bij elkaar op moet tellen of van elkaar af moet trekken. Als je dit tegenkomt, vraag jezelf dan altijd af of de wortels wel of niet gelijksoortig aan elkaar zijn.
Gelijksoortige wortels hebben hetzelfde getal onder het wortelteken staan. Deze kun je bij elkaar optellen en van elkaar aftrekken, maar je moet wel even weten hoe dat werkt. Dat leggen we uit in deze theorie.
Heb je te maken met een wortelformule met een + of - teken? Ga dan als volgt te werk:
Check of de wortels gelijksoortig zijn.
Zo ja, gebruik de rekenregel $${a\sqrt{x}} + {b\sqrt{x}} = {(a + b)\sqrt{x}}$$.
Zo niet, dan kan je de wortels niet verder vereenvoudigen.
Als je bijvoorbeeld $$\sqrt{4}+\sqrt{4}$$ hebt, dan heb je te maken met gelijksoortige wortels, dus kun je ze bij elkaar optellen.
$$\sqrt{4}+\sqrt{4}$$ is eigenlijk hetzelfde als $${1\sqrt{4}}+{1\sqrt{4}}$$ dus bij elkaar opgeteld is dit gelijk aan $${2\sqrt{4}}$$
Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.