Bereken.
a. 7 + 0,01
b. 7 - 0,01
c. 2 · 3,21
Uitwerking
a. 7 + 0,01 = 7,01
b. 7 - 0,01 = 6,99
c. 2 · 3,21 = 6,42
10e editie · 1e klas Vwo · Wiskunde
Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.
Bekijk de onderwerpen bij dit boekEen kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.
Bereken.
a. 7 + 0,01
b. 7 - 0,01
c. 2 · 3,21
Uitwerking
a. 7 + 0,01 = 7,01
b. 7 - 0,01 = 6,99
c. 2 · 3,21 = 6,42
In de supermarkt kost een pak melk 0,89 cent. 0,89 is een voorbeeld van een decimaal getal, ook wel een kommagetal genoemd. Met kommagetallen kun je ook rekenen. Voor het optellen, aftrekken en vermenigvuldigen van kommagetallen moet je zorgvuldig te werk gaan.
Hoe je dat doet leggen we je uit in deze theorie.
Een kommagetal is een getal met 1 of meerdere cijfers achter de komma.
Voorbeelden:
Optellen
Als je meerdere kommagetallen bij elkaar op wilt tellen, zet je de getallen onder elkaar zoals te zien in de figuur. Vervolgens schrijf je van rechts naar links de opgetelde getallen onder de streep. Let op: plaats de komma's allemaal recht onder elkaar!
Aftrekken
Als je komma getallen van elkaar aftrekt, bijvoorbeeld: 0,15 van 0,2 moet je goed opletten. 0,2 kun je dan schrijven als 0,20. Dan is het makkelijker om 0,15 onder 0,20 te zetten. Verder werkt dit hetzelfde als het optellen van kommagetallen.
Vermenigvuldigen
Als je kommagetallen vermenigvuldigt is de uitkomst ook een kommagetal.
Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.