Numbers & Space 10, 1 Vwo oefenen

10e editie · 1e klas Vwo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Introductie van hoekpunten, zijden en diagonalen

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

a. Hoeveel hoekpunten kun je ontdekken?

b. Stel dat er een lijn zou lopen tussen hoekpunt A en hoekpunt D. Hoe noem je het lijnstuk AD?

c. Hoeveel zijden kun je vanuit hoekpunt C tekenen? En hoeveel diagonalen?

 

Uitwerking

a. Dit figuur heeft 5 hoekpunten, namelijk A, B, C, D en E.

b. Lijnstuk AD is een lijn tussen 2 hoekpunten en loopt door de figuur heen. Dit is dus een diagonaal.

c. Vanuit punt C zijn er 2 zijden, namelijk zijden BC en CD. Vanuit dit hoekpunt kun je daarnaast ook nog 2 diagonalen tekenen, namelijk AC en CE.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Vaak zien we figuren met hoeken. Een vierhoek heeft bijvoorbeeld 4 hoekpunten en 4 zijden, een vijfhoek heeft 5 hoekpunten en 5 zijden en een zeshoek heeft 6 hoekpunten en 6 zijden.

In deze theorie leer je hoe je in vlakke figuren hoeken kunt benoemen, zijden kunt benoemen en wat een diagonaal is.

Methode

Hoekpunten

Hoekpunten in figuren geven we vaak een naam. Hiervoor gebruiken we hoofdletters zoals A, B, C en D. Neem bijvoorbeeld een vierkant met de hoeken A, B, C, en D.

Er zijn regels bedacht voor het benoemen van hoekpunten in een figuur. Je begint altijd met de letter die het eerste in het alfabet komt linksonderin te zetten. Let op! Dit hoeft niet altijd A te zijn. Je kunt ook het vierkant KLMN tekenen bijvoorbeeld. De letter K is dan de letter die het eerst in het alfabet komt.

De eerste letter zet je in een hoek linksonderin het figuur. Vervolgens ga je tegen de klok in rond het figuur en geef je de hoeken die je tegenkomst steeds de volgende letter in alfabetische volgorde.

Zijden

De hoekpunten van dit vierkant zijn met elkaar verbonden. De lijnstukken tussen de hoekpunten noem je zijden. In het vierkant ABCD zitten dus zijden AB, BC, CD en AD.

Bij het benoemen van de zijde zet je altijd de letters in alfabetische volgorde, dus AB en BC, en niet BA of CB.

Wanneer er staat: AB = 5 cm, betekent dit dat de zijde van A naar B 5 centimeter lang is.

Diagonalen

Je zou ook de hoekpunten B en D met elkaar kunnen verbinden. Je krijgt dan een lijnstuk tussen twee hoekpunten die door het figuur heen gaat. Dit noem je een diagonaal. In het vierkant ABCD kun je twee diagonalen tekenen, namelijk AC en BD.

Als je twee hoekpunten met elkaar verbindt, ontstaat er óf een zijde óf een diagonaal.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden