Numbers & Space 10, 1 Vwo oefenen

10e editie · 1e klas Vwo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Oppervlakte rechthoeken en schaalverdeling

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Beantwoord de volgende vragen.

a. Wat is de lengte van de rechthoek?
b. Bereken de oppervlakte van de muren van de bioscoopzaal in m2.
c. Uit hoeveel cm2 bestaat het aquarium? (De bovenkant is open)

 

Uitwerking:

a. De lengte is de langste zijde van de rechthoek.

In dit geval is de lengte 8 cm.

b. Bereken eerst de oppervlakte van elke afzonderlijke muur.

De oppervlakte van de voorkant en aan de achterkant:
Oppervlakte 1 = lengte · breedte = 20 · 12 = 240 m2.

De oppervlakte van de 2 zijkanten:
Oppervlakte 2 = lengte · breedte = 15 · 12 = 180 m2.

Totale oppervlakte van de muren = 2 · Oppervlakte 1 + 2 · Oppervlakte 2
Totale oppervlakte van de muren = 2 · 240 + 2 · 180 = 480 + 360 = 840 m2.

c. Het aquarium heeft 5 zijden: 4 zijkanten en 1 onderkant.

oppervlakte voorkant = 30 · 17 = 510 cm2
oppervlakte achterkant is hetzelfde als de voorkant en dus 510 cm2

oppervlakte zijkant links = 10 · 17 = 170 cm2
oppervlakte zijkant rechts is even groot als de linkerzijkant en dus 170 cm2.

oppervlakte onderkant = 30 · 10 = 300 cm2

Totale oppervlakte van het glas = 510 + 510 + 170 + 170 + 300 = 1660 cm2

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

In de wiskunde zijn er verschillende soorten figuren. Er zijn vlakke en ruimtelijke figuren.

Methode

Figuren met twee afmetingen hetenvlakke figuren. Deze twee afmetingen zijn de lengte en de breedte. Voorbeeld hiervan is de rechthoek. De langste zijde van een rechthoek wordt de lengte genoemd. De kortste zijde van een rechthoek wordt de breedte genoemd.

Wanneer een figuur geen twee maar drie afmetingen heeft is het geen vlak figuur meer maar is het een ruimtelijk figuur. Een voorbeeld hiervan is een kubus of balk. De drie afmetingen zijn lengte, breedte en de hoogte.

Als je van een vlak figuur de oppervlakte wilt berekenen moet je de lengte vermenigvuldigen met de breedte. Om de oppervlakte van de zijden van een ruimtelijke figuur te berekenen moet je de oppervlaktes van elke zijde apart bereken en vervolgens bij elkaar optellen.

Figuren worden niet altijd weergegeven op ware grootte. Soms worden figuren kleiner weergegeven, zoals bijvoorbeeld de kaart van een land. De schaalverdeling zorgt er voor dat de verhouding word weergegeven tussen de afmetingen van een figuur en de werkelijkheid. Als de schaal 1 : 30 centimeter is, betekent dit dat 1 centimeter in de tekening in het echt 30 centimeter is, 2 centimeter in de tekening is 60 centimeter in het echt, enz.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden