Basis - De kleinste of het grootste kommagetal

Hoe kun je bepalen welk kommagetal het grootste of juist het kleinste kommagetal is uit een lijstje kommagetallen? Dat leggen we je hier uit.

De uitleg is vrij te lezen. Oefenen kan met een Slimleren-lidmaatschap.

  Theorie

Uitdaging

Hoe kun je bepalen welk kommagetal het grootste of juist het kleinste kommagetal is uit een lijstje kommagetallen? Dat leggen we je hier uit.

Methode

Stel je hebt de volgende kommagetallen:

0,60
0,38
0,50
0,35

Als je ze op volgorde wilt zetten van klein naar groot, dan bekijk je eerst het eerste cijfer achter de komma van ieder kommagetal. Dan zie je dat 0,38 en 0,35 de kleinste kommagetallen zijn. Daarna komt 0,50 en daarna 0,60.

Bij 0,38 en 0,35 is het eerste cijfer achter de komma bij beide een 3. We moeten dus naar het tweede cijfer achter de komma kijken, om te kunnen zien welk getal kleiner is. Het cijfer 5 is kleiner dan het cijfer 8, dus het kommagetal 0,35 is kleiner dan het kommagetal 0,38.

De juiste volgorde van klein naar groot is dus:

0,35 - 0,38 - 0,50 - 0,60

Verder oefenen met Slimleren

Oefen Basis - De kleinste of het grootste kommagetal en andere onderwerpen op jouw niveau. Je krijgt direct feedback en uitleg bij je antwoorden, zodat je weet wat je al kunt en wat nog aandacht vraagt.

Bekijk het lidmaatschap
Zo werkt Slimleren