Overstaande hoeken

De uitleg is vrij te lezen. Oefenen kan met een Slimleren-lidmaatschap.

  Theorie

Uitdaging

Hoe reken je met overstaande hoeken?

Methode

Overstaande hoeken ontstaan wanneer twee (of meer) lijnen elkaar kruisen. In de afbeelding hiernaast zijn drie lijnen gekruist. Hierdoor zijn er zes hoeken ontstaan. De overstaande hoeken zijn in dit geval hoek 1 en hoek 4, hoek 2 en hoek 5, hoek 3 en hoek 6. Overstaande hoeken zijn altijd even groot.

In de afbeelding is ook gegeven dat $$\angle$$5 = 35° is. Dit betekent dat $$\angle$$2 ook gelijk is aan 35°. $$\angle$$1 is een rechte hoek en dus 90°. $$\angle$$4 is dus ook 90°.

 

Een gestrekte hoek heeft een hoek van 180°. Dit is een gestrekte lijn.  

Als we kijken naar de afbeelding met de overstaande hoeken zien wij zes gestrekte hoeken. $$\angle$$1 + $$\angle$$2 + $$\angle$$3 bij elkaar vormt een gestrekte hoek en is dus 180°. Ook is $$\angle$$1 + $$\angle$$6 + $$\angle$$5 een gestrekte hoek. Wij weten dat $$\angle$$1 = 90° en wij weten ook dat $$\angle$$5 = 35°. Nu kunnen wij uitrekenen wat $$\angle$$6 is.

180° - 90° - 35° = 54°

$$\angle$$6 = 54° (= $$\angle$$3)

Verder oefenen met Slimleren

Oefen Overstaande hoeken en andere onderwerpen op jouw niveau. Je krijgt direct feedback en uitleg bij je antwoorden, zodat je weet wat je al kunt en wat nog aandacht vraagt.

Bekijk het lidmaatschap
Zo werkt Slimleren