Ontkenningen met have en have got
- Als je een zin met have / has ontkennend maakt, dan gebruik je do not / don't (in het geval van have) of does not / doesn't (in het geval van has).
- Als je een zin met have got / has got ontkennend maakt, dan gebruik je haven't got / hasn't got.
De uitleg is vrij te lezen. Oefenen kan met een Slimleren-lidmaatschap.
Theorie
Uitdaging
Je kunt op verschillende manieren een zin ontkennend maken in het Engels. Als je een zin tegenkomt waarin het werkwoord to have of de combinatie have got staat, gelden er verschillende regels voor het ontkennend maken van de zin.
In dit onderwerp leggen we je uit hoe dit precies werkt.
Methode
Zinnen met have
Als je een zin met have / has ontkennend maakt, dan gebruik je do not / don't (in het geval van have) of does not / doesn't (in het geval van has):
- You have a lot of energy.
You don't have a lot of energy.
- She has a new boyfriend.
She doesn't have a new boyfriend.
Zinnen met have got
Als je een zin met have got / has got ontkennend maakt, dan gebruik je haven't got / hasn't got:
- We have got twenty bottles of water with us.
We haven't got twenty bottles of water with us.
- He has got a painful headache.
He hasn't got a painful headache.
Zinnen in de verleden tijd
Als je een zin met have/has in de verleden tijd, had, ontkennend maakt, dan gebruik je didn't have.
- He had a lot of money.
- He didn't have a lot of money.
- They had all the time in the world.
- They didn't have all the time in the world.
Als je zin met have got/ has got in de verleden tijd, had got, ontkennend maakt, dan gebruik je hadn't got.
- She had got a new wallet for her birthday.
- She hadn't got a new wallet for her birthday.
Let op: in de praktijk wordt hadn't got vaak verwisseld met didn't have, omdat dit vaak ook gebruikt kan worden.
Vuistregels
- Als je een zin met have / has ontkennend maakt, dan gebruik je do not / don't (in het geval van have) of does not / doesn't (in het geval van has).
- Als je een zin met have got / has got ontkennend maakt, dan gebruik je haven't got / hasn't got.
Voorbeeldvraag
Maak van elke zin een ontkennende zin.
1. I have a wallet and a phone in my pocket.
2. She has got the largest room of the hotel.
3. He has concerns about the quality of the product.
Uitwerking
1. I don't have a wallet and phone in my pocket.
2. She hasn't got the largest room of the hotel.
3. He doesn't have concerns about the quality of the product.
Verder oefenen met Slimleren
Oefen Ontkenningen met have en have got en andere onderwerpen op jouw niveau. Je krijgt direct feedback en uitleg bij je antwoorden, zodat je weet wat je al kunt en wat nog aandacht vraagt.
Zo werkt Slimleren